Navigatie overslaan, naar inhoud springen
Inhoud overslaan, naar voettekst springen
Kerstboom versieren: volgorde, aantal kerstballen en kleuren

Kerstboom versieren: volgorde, aantal kerstballen en kleuren

Staat de boom eindelijk in de kamer, heb je een doos vol versiering en het gevoel dat het in de winkel toch mooier oogde dan bij jou thuis? Dat zit vooral in de volgorde waarin je versiert en in de verhouding tussen groot en klein. We laten zien hoe je een kerstboom versiert in vaste stappen, hoeveel kerstballen en slingers je nodig hebt en hoe je kleuren combineert zodat de boom één geheel vormt.

In het kort

  • Versier in de volgorde lampjes, slinger, kerstballen van groot naar klein en als laatste de piek. Andersom trekt het snoer de hangende ballen er weer af.
  • Voor een boom van 180 cm reken je op 60 tot 80 kerstballen en 6 tot 7 meter slinger.
  • Houd het bij hooguit drie kleuren. Eén hoofdkleur, één bijkleur en een derde alleen voor accenten.
  • Zware en glazen ornamenten horen dicht bij de stam en in de bovenste helft, waar de kat en de kleintjes niet bij kunnen.

Reken op ongeveer twee uur voor de hele klus. We beginnen bij de volgorde, want die bepaalt of je één keer versiert of twee keer.

Wat gaat er als eerste in de boom?

Altijd de lichtslinger. Hij is het langst, het lastigst te hanteren en tussen de hangende ballen krijg je hem er niet meer netjes doorheen. De hele volgorde ziet er zo uit:

  1. Doe de lampjes aan en test ze op de vloer

    Een kapot stuk vind je zo in een minuut, nu het nog makkelijk is.

  2. Wikkel de lampjes van de stam naar buiten

    Leid het snoer langs elke tak van binnen naar de punt en weer terug. Zo komt het licht ook van diep uit de boom en niet alleen van de buitenkant.

  3. Hang de slinger of het lint erin

    Laat hem losjes in een spiraal van boven naar beneden lopen, met ongeveer 30 cm tussen de windingen.

  4. Hang de grootste kerstballen op

    Verdeel ze als eerste gelijkmatig, dan houd je ruimte over voor de kleinere stukken.

  5. Vul aan met kleine ballen en figuurtjes

    Die vullen de gaten die de grote hebben laten zitten.

  6. Zet de piek erop

    Is hij zwaar, bevestig hem dan voor de laatste ballen bovenin, zodat je niet over het afgewerkte deel heen hoeft te reiken.

  7. Verstop de standaard

    Een plaid, een mand of een rokje van stof verbergt de waterbak en de snoeren.

Hoeveel lampjes een boom nodig heeft en welke lichtkleur je kiest, lees je uitgebreid in kerstverlichting kiezen voor de boom en de gevel.

Hoeveel kerstballen heb je nodig?

Bijna niemand schat het vooraf goed in, en dus rent de helft van de mensen op het laatste moment nog naar de winkel. De tabel gaat uit van een dichtheid waarbij er tussen de ballen ongeveer een handbreedte groen zichtbaar blijft.

Hoogte van de boomKerstballenSlingerLampjes
120 cm30 tot 403 tot 4 m200 tot 250
150 cm40 tot 604 tot 5 m250 tot 300
180 cm60 tot 806 tot 7 m300 tot 400
210 cm80 tot 1008 tot 9 m400 tot 500

Bij een dichte nordmann doe je er een vijfde bij, een ijle den kan met minder. Koop de ballen in drie maten, bijvoorbeeld 4, 6 en 8 cm, in een verhouding van ongeveer 3 : 2 : 1 met de meeste kleine. Ballen van één maat smelten samen tot een egaal vlak en de boom verliest zijn diepte. Alle maten vind je bij de kerstballen.

Kleuren en stijl

Benieuwd welke kleur dit jaar in de mode is? Die trendkleur wisselt elk seizoen, de regel van drie kleuren blijft altijd werken. Kies een hoofdkleur voor ongeveer 60 % van de versiering, een bijkleur voor 30 % en een accentkleur voor de laatste 10 %.

Combinaties die altijd werken:

  • Rood, goud en wit. De klassieker die je kent uit je kindertijd. Past bij warmwitte lampjes en houten meubels.
  • Zilver, wit en ijsblauw. Oogt fris en modern, past bij koel licht en grijze interieurs.
  • Natuurlijke stijl. Hout, jute, strosterren, dennenappels en gedroogde sinaasappels. Komt het mooist uit in een echte boom.
  • Eén kleur in verschillende tinten. Bijvoorbeeld vijf tinten groen, of roze van poederroze tot framboos. Opvallend en makkelijk in te kopen.

Matte en glanzende ballen kun je gerust combineren, ze geven de boom reliëf. Metallic goud en glazen goud naast elkaar ogen wel rommelig, dus houd het bij metaalkleuren op één soort.

Grote ballen naar binnen, kleine naar boven

De meest gemaakte fout is dat alle versiering in één laag aan de uiteinden van de takken hangt. Dan oogt de boom plat, als een decor. Hang een paar grote ballen dieper, dicht bij de stam. Daar weerkaatsen ze het licht van binnenuit en vullen ze de lege plekken.

Laat de maat van de versiering naar boven toe afnemen. Onderin hangen de grootste stukken, bij de piek alleen kleine. Dat volgt de vorm van de boom en het oog ervaart het als natuurlijk. Hang zware ornamenten aan stevige takken dicht bij de stam, aan het uiteinde van een dun takje buigt het meteen naar de grond.

Vergeet de kant naar de muur niet. Een paar goedkopere ballen zijn daar genoeg, zodat de boom vanaf de deur niet kaal oogt.

Slinger, lint of kralen

Een slinger geeft de boom een lijn die het oog van boven naar beneden leidt. Je kiest uit drie basistypes:

  • Een kralenslinger is fijn en past bij een minimalistische boom.
  • Breed lint van stof of fluweel maakt opvallende golven. Stop het om de 20 tot 30 cm tussen de takken, zodat het in bogen hangt.
  • Een ketting van pompons of houten kralen past bij de natuurlijke stijl.

Lametta, de glinsterende folieslierten, verdwijnt langzaam uit de huiskamer. Het blijft overal aan plakken en je ruimt het lastig op. Vind je het toch mooi, hang het dan per sliert op. Kant-en-klare slingers en linten vind je bij de kerstslingers.

Piek en standaard

De piek maakt het geheel af en hoort daarom bij de hoofdkleur te passen. Een ster oogt traditioneel, een glazen piek elegant. Op een rechte, stevige top zet je ook een zwaarder exemplaar. Buigt de top onder het gewicht, bind er dan eerst een satéprikker of een dun stokje als steun aan en zet de piek daarop.

De standaard is het laatste detail en wordt vaak vergeten. Een metalen bak met snoeren erlangs haalt de hele boom omlaag. Verstop hem onder een ronde kerstboomrok, in een rieten mand of een houten kist. Stof onder de boom vangt bovendien vallende naalden op, zodat je na de feestdagen sneller klaar bent met opruimen.

De boom, de kat en kleine kinderen

Hier gaat veiligheid voor mooi. Met een paar aanpassingen voorkom je scherven en een rit naar de dierenarts:

  • Houd de onderste 60 cm vrij van glas. Hang daar kunststof, houten en stoffen versiering.
  • Vervang haakjes door een lintje of een lusje touw. Een metalen haakje valt op de grond en een kind of huisdier kan het inslikken.
  • Laat lametta helemaal weg als je een kat hebt. Inslikken kan de darmen ernstig beschadigen.
  • Zet de boom vast met dun visdraad aan een haakje in de muur of aan de vensterbank. Een klimmende kater trekt hem dan niet om.
  • Hang eetbare versiering zoals koekjes en chocolaatjes helemaal bovenin, waar de hond er niet bij kan. Chocolade is giftig voor honden.

Een echte boom droogt ook nog snel uit. Hoe je hem vers houdt en waarom sterretjes er niet in horen, lees je in een echte of een kunstkerstboom.

Versiering die je zelf maakt

Zelfgemaakte versiering geeft de boom een eigen verhaal en kost bijna niets. Deze drie tips doe je in één middag:

  • Gedroogde sinaasappels. Snijd ze in plakjes van 5 mm, dep ze droog met keukenpapier en laat ze drie tot vier uur in de oven drogen op 80 °C. Draai ze af en toe om. Hang ze op aan een jutetouwtje.
  • Dennenappels. Raap ze buiten op, laat ze een dag drogen op de radiator en stip de punten van de schubben aan met witte verf, alsof er sneeuw op ligt.
  • Papieren sterren. Vouw ze van bakpapier of oude bladmuziek. Ze ogen breekbaar en gaan toch jaren mee.

Versiering uit de keuken en de knutseldoos vult gekochte ballen mooi aan. Zie het niet als vervanging. Meer ideeën voor de rest van het huis vind je bij de kerstversiering.

Veelgestelde vragen

Wanneer zet je de kerstboom op?

In Nederland wachten veel mensen tot na Sinterklaas, dus vanaf 6 december. Steeds meer huishoudens zetten de boom al eind november neer. Een fijnspar laat in een warme kamer binnen ongeveer twee weken zijn naalden vallen, een nordmann houdt het vol tot ver in januari. Zet je de boom vroeg op, kies dan een nordmann.

Wanneer moet de kerstboom weg?

Traditioneel met Driekoningen, op 6 januari, wanneer de kersttijd voorbij is. Tot die datum blijft alleen een nordmann of een kunstboom mooi, een fijnspar is dan allang kaal. Veel gemeenten halen gezaagde bomen in de eerste weken van januari op, kijk dus wanneer dat bij jou is.

Hoe hang je lampjes in de kerstboom?

Begin onderin bij de stam, aan de kant van het stopcontact, en werk naar boven. Leid het snoer langs de tak naar buiten en weer terug naar de stam. Laat de lampjes tijdens het wikkelen al branden, dan zie je meteen waar donkere plekken zitten.

Hoe laat je een kerstboom voller lijken?

Hang een deel van de ballen diep bij de stam en wikkel de lampjes ook langs de binnenkant van de takken. Licht en glans van binnenuit vullen de gaten tussen de takken, zodat de boom dichter oogt.

Veel plezier met versieren, en geniet van je boom van de eerste bal tot Driekoningen!

Sla de voettekst over, ga naar het begin van de paginaGa naar het begin van de pagina