Navigatie overslaan, naar inhoud springen
Inhoud overslaan, naar voettekst springen
Adventskrans: zelf maken en de kaarsen aansteken

Adventskrans: zelf maken en de kaarsen aansteken

Is een adventskrans op tafel voor jou ook het eerste teken dat Kerstmis eraan komt? Dit jaar steek je de eerste kaars aan op zondag 29 november, dus je hebt nog genoeg tijd om er zelf een te maken. We laten zien hoe je een adventskrans maakt van dennengroen of zonder, wat de vier kaarsen betekenen en in welke volgorde je ze aansteekt.

Vind je onze artikelen leuk?

Voeg Biano toe als favoriete bron en zie ons vaker op Google.

Geef de voorkeur aan Biano

In het kort

  • Advent begint op de vierde zondag vóór Kerstmis, dit jaar is dat 29 november. Elke zondag steek je een kaars meer aan, en je begint met de paarse kaars van de hoop.
  • Een adventskrans heeft vier kaarsen. Traditioneel zijn dat drie paarse en één roze, die je op de derde zondag aansteekt. Tegenwoordig zie je ook vaak witte, rode of gouden kaarsen.
  • De kerk schrijft geen vaste richting voor. Kies er één en houd je daar de hele advent aan.
  • Voor een krans van 30 cm doorsnede heb je een ondergrond, ongeveer een kilo nobilis- of nordmanngroen, binddraad en vier kaarsen nodig.

Voordat je takjes gaat knippen, is het handig om te weten waar de traditie vandaan komt en waar de kaarsen voor staan.

Wat betekent advent?

Het woord advent komt van het Latijnse adventus, komst. Het zijn de vier weken waarin christenen zich voorbereiden op de geboorte van Christus. De allereerste adventskrans maakte de Hamburgse theoloog Johann Hinrich Wichern in 1839 voor de jongens uit het tehuis Rauhes Haus. Het was een grote houten ring met een kaarsje voor elke dag van de advent en vier grote kaarsen voor de zondagen. Zo zagen de kinderen elke avond hoeveel dagen het nog was tot Kerstavond. Later kromp de ring tot vier kaarsen en kreeg hij een laag groen, dat staat voor leven midden in de winter. Vanuit Duitsland verspreidde de gewoonte zich over Europa, ook naar Nederland en België.

Wat betekenen de kaarsen op de adventskrans?

Elke kaars hoort bij een adventszondag en heeft een eigen betekenis. In de katholieke liturgie heeft elke zondag bovendien een Latijnse naam, naar de openingszang van de mis:

ZondagLatijnse naamKaarsBetekenis
eerste, 29-11Ad te levaviprofetenkaarshoop
tweede, 6-12Populus SionBethlehemkaarsvrede
derde, 13-12Gaudeteherderskaarsvreugde
vierde, 20-12Rorateengelenkaarsliefde

De data gelden voor advent 2026. De ronde vorm van de krans staat voor de eeuwigheid, zonder begin en zonder einde.

Hoeveel kaarsen op een adventskrans?

Een adventskrans heeft vier kaarsen, één voor elke adventszondag. De oorspronkelijke krans van Wichern had er meer, maar die zie je nu alleen nog als aftelkalender. In Nederland is daarvoor ook de adventskaars populair: één hoge kaars met de cijfers 1 tot en met 24, die je elke dag een streepje verder laat branden.

Welke kleur kaarsen horen op een adventskrans?

De traditionele katholieke krans heeft drie paarse kaarsen en één roze. Paars is de liturgische kleur van boete en verwachting. Roze hoort bij de derde zondag, genoemd naar de openingszang van de mis Gaudete in Domino semper, verheugt u altijd in de Heer. De vreugde betekent dat de komst van Christus nu dichtbij is.

Thuis geldt geen vaste regel. Rode kaarsen ogen feestelijk, witte en crèmekleurige passen bij een Scandinavisch interieur en gouden bij een krans met gedroogd fruit. Kies kaarsen van dezelfde hoogte en doorsnede, zodat de krans in balans is, en let bij het kopen op de brandduur. Voor vier zondagen met een paar uur branden heb je kaarsen nodig die minstens twintig uur meegaan.

De kaarsen van de adventskrans aansteken

Aansteken is eenvoudig: op elke adventszondag steek je een nieuwe kaars aan en daarbij alle kaarsen van de vorige zondagen. In het begin brandt er dus één, aan het eind van de advent alle vier. De kaarsen van de vorige weken worden daardoor korter, en vlak voor Kerstavond zie je op de krans een trapje dat laat zien hoe de tijd tot Kerstmis wegtikt.

Als eerste steek je de paarse profetenkaars aan, het symbool van hoop. Heb je een roze kaars, zet de kaarsen dan zo neer dat die op de derde zondag uitkomt: eerst steek je twee paarse aan, dan de roze en tot slot de laatste paarse.

Welke kant op steek je de kaarsen aan?

Naar de richting wordt het vaakst gevraagd, en toch schrijft de kerk die nergens voor. Op sommige plekken steekt men ze tegen de klok in aan, elders met de klok mee. Allebei is goed. Het belangrijkste is dat je tijdens de advent niet van richting wisselt, zodat de kaarsen netjes op een rij korter worden.

Je kunt ze aansteken bij de zondagse lunch, bij de koffie 's middags of 's avonds als het hele gezin thuis is. Hoe lang ze moeten branden, daar is geen regel voor.

Wat heb je nodig om een adventskrans te maken?

Een krans maken lukt je in een middag, ook zonder ervaring. Leg klaar:

  • Een ondergrond: een ring van stro, piepschuim of wilgentenen. Voor op tafel is een doorsnede van 25 tot 35 cm handig.
  • Groen: het langst houdbaar is dennengroen zoals nobilis of nordmann, dat drie tot vier weken zijn naalden houdt. Spar verliest sneller naalden, den ruikt lekker maar prikt.
  • Binddraad op een rol, groen of bruin, zodat je het niet ziet.
  • Kaarsen, vier stuks, met kaarsenpinnen of stevige spijkers.
  • Versiering: dennenappels, gedroogde sinaasappelschijfjes, kaneel, steranijs, noten of kleine kerstballen.
  • Een lijmpistool om de versiering vast te zetten, en een snoeischaar.

Groen vind je bij het tuincentrum, de bloemist of in je eigen tuin. Ondergronden, draad, pinnen en versiering verkopen tuincentra, bloemisten en hobbywinkels. Wil je de krans niet zelf binden, dan kun je een kant-en-klare kerstkrans kopen en die naar eigen smaak aankleden.

Adventskrans maken

De werkwijze hieronder geldt voor een klassieke krans van dennengroen op een strooien ring.

  1. Knip de takjes

    Maak stukjes van 10 tot 15 cm. Knip dikke uiteinden korter, zodat ze makkelijk te binden zijn.

  2. Maak bosjes

    Leg telkens drie of vier takjes in een kleine waaier op elkaar.

  3. Bind het eerste bosje vast

    Leg het tegen de ring en wikkel het binddraad twee keer om de uiteinden. Knip het draad niet door, je bindt met één stuk door.

  4. Ga rondom verder

    Leg het volgende bosje zo dat de naalden het draad van het vorige bedekken. Bind steeds in dezelfde richting tot je weer bij het begin bent.

  5. Zet de kaarsen vast

    Steek de vier pinnen of spijkers op gelijke afstand in de krans en druk de kaarsen erop. Ze moeten recht staan.

  6. Versier de krans

    Zet dennenappels, gedroogd fruit en andere versiering vast met het lijmpistool of met draad. Minder is meer, het groen moet zichtbaar blijven.

Een adventskrans versieren

Verdeel de versiering gelijkmatig tussen de kaarsen, het liefst in groepjes van drie, en laat genoeg groen tussen de groepjes over. Drie stijlen die altijd werken:

  • Natuurlijk: dennenappels, gedroogde sinaasappels, kaneel en steranijs. Ruikt heerlijk en past bij hout.
  • Scandinavisch: witte kaarsen, eucalyptus, katoenbolletjes en licht hout.
  • Traditioneel: rode kaarsen, gouden noten, appeltjes en een rood lint.

Zet de krans op een bord of dienblad dat naalden en kaarsvet opvangt. Wil je dat het groen de hele advent groen blijft, besproei het dan om de paar dagen met water en zet de krans niet bij de verwarming.

Een andere adventskrans

Een krans hoeft niet rond of groen te zijn. Ben je de klassieke uitvoering beu, probeer dan een van deze varianten:

  • Op een dienblad. Vier kaarsen op een rij op een lang houten of metalen dienblad, met mos, dennenappels en een paar takjes ertussen. Handig op een smalle eettafel.
  • In glazen potten. Elke kaars in een eigen weckpot, gevuld met zout, koffiebonen of gedroogde cranberry's.
  • Hangend. Een metalen ring boven de tafel, omwonden met eucalyptus en met ledkaarsen.
  • Van natuurlijke materialen. Zonder dennengroen, alleen van gedroogde sinaasappels, kaneel en mos. Verliest geen naalden en gaat ook volgend jaar mee.
  • Minimalistisch. Een plank van beton of hout met vier gaten voor de kaarsen. Je hoeft hem elk jaar alleen anders aan te kleden.

Welke vorm je ook kiest, vuur en droge natuurlijke materialen zijn een riskante combinatie.

Veiligheid

Groen droogt tijdens de advent uit en brandt eind december als papier. Laat kaarsen daarom nooit zonder toezicht branden en laat ze niet opbranden tot aan de takjes. Zet de krans niet onder een plank, bij de gordijnen of op een plek waar kinderen en katten bij kunnen. Wil je geen risico lopen, kies dan ledkaarsen, die er tegenwoordig echt uitzien, inclusief het flakkeren. Op een tafel met kleine kinderen is dat de veiligste keuze.

Veelgestelde vragen

Wanneer begint de advent in 2026?

De eerste adventszondag valt op 29 november en de laatste op 20 december. Advent begint op de vierde zondag vóór Eerste Kerstdag, 25 december.

Hoe steek je de kaarsen van een adventskrans aan?

Met elke adventszondag komt er een brandende kaars bij, en daarnaast branden de kaarsen van de vorige weken. Op de vierde zondag branden dus alle vier.

Welke kaars steek je als eerste aan?

De paarse profetenkaars, het symbool van hoop. Heb je ook een roze kaars op de krans, kies de eerste paarse dan zo dat de roze op de derde zondag uitkomt.

Welke kant op steek je de adventskrans aan?

Een vaste richting bestaat niet. Je kunt linksom of rechtsom aansteken, als je tot Kerstmis maar niet wisselt, zodat de kaarsen op een rij korter worden.

Welke kleur hebben adventskaarsen?

Traditioneel drie paarse en een roze voor de derde zondag. Thuis kun je elke kleur kiezen, tegenwoordig worden vooral rode, witte en gouden kaarsen gekocht.

Hoe ziet een adventskrans eruit?

Een ring van groenblijvend groen met vier even grote kaarsen, gelijkmatig over de rand verdeeld. Een beetje versiering is genoeg, zodat het groen zichtbaar blijft.

Waar koop je spullen voor een adventskrans?

Groen verkopen tuincentra en bloemisten, de ondergrond, het draad en de pinnen ook hobbywinkels. Een gekochte krans hoef je daarna alleen naar eigen smaak aan te kleden.

Een mooie en rustige adventstijd!

Sla de voettekst over, ga naar het begin van de paginaGa naar het begin van de pagina